Hoe werkt het tanksysteem in F1?

Formule 1-auto's starten elke race met een volledig gevulde tank en mogen tijdens de race niet meer bijtanken. Het brandstofsysteem is een hooggespecialiseerd geheel dat brandstof zo efficiënt en snel mogelijk naar de motor leidt, ongeacht de rijomstandigheden. Bijtanken werd in 2010 definitief verboden door de FIA, de internationale autosportfederatie, om veiligheids- en kostenredenen.

De opbouw van het brandstofsysteem

De brandstoftank in een F1-auto is geen gewone metalen bak, maar een flexibele, rubberachtige zak die zogenaamde FIA-gecertificeerde brandstofcel wordt genoemd. Deze zak zit verstopt in de monocoque (de carbon kuip) van de auto, tussen de cockpit en de motor. De cel is gemaakt van meerdere lagen kevlar en andere composietmaterialen om bij crashes niet te scheuren en zo brand te voorkomen.

De maximale tankinhoud is sinds 2017 vastgesteld op 110 kilogram brandstof (niet liters, want brandstof wordt in F1 op gewicht gemeten). Aan het begin van de race weegt de auto hierdoor aanzienlijk meer dan aan het einde, wat grote invloed heeft op de rijdynamiek en bandenslijtage.

Binnen de tank zorgen speciale pompen en een zogenaamd collector system ervoor dat brandstof altijd naar de motor wordt geleid, ook bij zware G-krachten in bochten, remmen en accelereren. Zonder dit systeem zou de brandstof tijdens het rijden naar één kant van de tank schuiven en de motor stikken.

Waarom werd bijtanken verboden?

Tot en met 2009 mochten teams tijdens pitstops bijtanken. Dit had grote invloed op de strategie: auto's konden lichter starten en vaker stoppen voor kleine hoeveelheden brandstof. Het verbod in 2010 werd ingevoerd om drie hoofdredenen:

  1. Veiligheid: Bijtanken brengt brandgevaar met zich mee. Tijdens de Grand Prix van Duitsland in 1994 vloog de Benetton van Jos Verstappen tijdens een pitstop in brand door lekkende brandstof. Dat soort incidenten wilde de FIA voorgoed uitsluiten.
  2. Kosten: Bijtankinstallaties zijn duur in aanschaf en onderhoud. Teams moesten grote, zware tankapparaten meenemen naar elk circuit ter wereld. Door het verbod daalden de logistieke kosten aanzienlijk.
  3. Spectaculairdere races: De FIA hoopte dat auto's zwaarder zouden starten en dat rijders meer op pure snelheid zouden racen in plaats van op brandstofstrategie. In de praktijk verschoof de strategie echter naar bandenwissels.

De invloed op de race en strategie

Een volle tank van 110 kilogram maakt de auto aan het begin van de race merkbaar trager en zwaarder op de banden. Naarmate de race vordert en de brandstof opraakt, wordt de auto lichter en dus sneller. Een coureur rijdt aan het begin bewust iets rustiger om de banden te sparen en de brandstof te beheren.

Teams berekenen vooraf tot op de gram nauwkeurig hoeveel brandstof nodig is. Ze tanken zo min mogelijk om gewicht te besparen, maar genoeg om de finish te halen. Aan het einde van de race heeft de auto soms nog maar een paar kilogram brandstof over. Na de race wordt er altijd een monster van minimaal 1 liter brandstof afgetapt voor controle door de FIA, wat teams verplicht iets extra mee te nemen.

Speciale brandstof

De brandstof zelf is ook geen gewone benzine. F1-brandstof bestaat uit complexe mengsels van tientallen chemische componenten, maar moet wel op reguliere benzine lijken: minimaal 87% van de moleculen moet overeenkomen met commerciële brandstof. Vanaf 2026 schrijft de FIA voor dat alle F1-brandstof volledig duurzaam (synthetisch of bio-gebaseerd) moet zijn, een grote stap richting CO₂-neutraliteit.

Samenvatting

Het tanksysteem in F1 is een staaltje hightech engineering: een flexibele brandstofcel, slimme pompsystemen en nauwkeurige berekeningen bepalen mede het verloop van een race. Het verbod op bijtanken maakte de sport veiliger en goedkoper, maar verschoof de strategische complexiteit volledig naar bandenmanagement en timing van pitstops.

Gerelateerde producten