waarom helpt DRS alleen op bepaalde delen van het circuit
Waarom werkt DRS alleen in bepaalde zones?
DRS — het Drag Reduction System — is uitsluitend toegestaan in vooraf bepaalde zones op een circuit omdat de FIA dit zo heeft vastgelegd in het technisch reglement. Buiten deze zones is het gebruik van DRS verboden, wat voornamelijk te maken heeft met veiligheid: in bochten zou een open achtervleugel gevaarlijk weinig neerwaartse druk geven en een auto vrijwel onbestuurbaar maken. De zones zijn bovendien zo gekozen dat ze inhalen bevorderen op plekken waar dat realistisch en spectaculair is.
Hoe werkt DRS precies?
DRS opent een klep in de bovenste flap van de achtervleugel. Dit vermindert de luchtweerstand (drag) met ongeveer 10 tot 15 procent, wat een snelheidswinst oplevert van doorgaans 10 tot 20 km/u op een rechte stuk. Tegelijkertijd daalt de downforce aan de achterkant van de auto aanzienlijk, soms met wel 80 tot 100 Newton. Op een recht stuk is dat geen probleem, maar in een bocht waarbij de auto 4G of meer aan zijwaartse krachten ervaart, zou die verloren downforce catastrofale gevolgen kunnen hebben.
Detectiepunten en activatiezones
Een circuit heeft altijd een detectiepunt en een activatiezone. Het detectiepunt is de plek op de baan waar gemeten wordt of een achterliggende rijder binnen één seconde van de voorligger rijdt. Alleen als dat het geval is, mag de achterliggende coureur DRS gebruiken in de aansluitende activatiezone. Tijdens kwalificatie mag iedere rijder DRS altijd gebruiken in de aangewezen zones, zonder de één-secondebeperking.
Een typisch circuit heeft één tot drie DRS-zones. Monza, bekend als de 'Tempel van de Snelheid', heeft er traditioneel twee vanwege de lange rechte stukken. Circuits als Monaco hebben historisch gezien moeite met effectieve DRS-zones door het gebrek aan lange rechte stukken, waardoor DRS daar nauwelijks een rol speelt in het raceverloop.
Veiligheid als primaire reden
De FIA heeft bij de introductie van DRS in 2011 bewust gekozen voor gecontroleerde zones. In de beginjaren experimenteerden circuits met de lengte en ligging van zones. Zo werd op enkele circuits een DRS-zone die door een lichte bocht liep vroegtijdig ingekort nadat rijders aangaven dat de auto te onstabiel aanvoelde. Sergio Pérez en andere rijders rapporteerden in vroege DRS-seizoenen dat het systeem in verkeerde omstandigheden de auto kon destabiliseren.
Sportieve overwegingen
Naast veiligheid speelt ook sportieve rechtvaardigheid een rol. Als DRS overal gebruikt mocht worden, zouden de snelste auto's een nog groter voordeel opbouwen in de kwalificatie, en zou inhalen in de race mogelijk te gemakkelijk worden. De zones zijn zorgvuldig uitgekozen in samenwerking met de Formule 1-organisatie en de circuitbeheerders om een balans te vinden tussen entertainment en sportieve eerlijkheid.
Aanpassingen per weekend
De stewards en de FIA kunnen de lengte van een DRS-zone tijdens een raceweekend nog aanpassen op basis van de weersomstandigheden of veiligheidsobservaties. Zo werd op Spa-Francorchamps de zone op de Kemmel Straight soms ingekort bij zware regenval, omdat de combinatie van weinig grip en weinig downforce te gevaarlijk werd geacht.
Conclusie
DRS-zones zijn dus geen willekeurige keuze, maar een zorgvuldig ontworpen systeem waarbij veiligheid, racespanning en eerlijkheid hand in hand gaan. Door het systeem te beperken tot specifieke rechte stukken blijft de sport dynamisch, kunnen coureurs veilig aanvallen en wordt voorkomen dat technologie het volledige raceverloop domineert.